DAC versus ADC: van de opnamestudio tot in de huiskamer

Dries Van HooydonckAankoopadvies2 Comments

analoog naar digitaal ADC vs digitaal naar analoog DAC

In dit artikel leg ik je het verschil uit tussen een digitaal-naar-analoog converter (DAC) en een analoog-naar-digitaal converter (ADC).

Ik vertel je een klein beetje “geschiedenis” uit de studiowereld. Hopelijk niet zoals de juffrouw van vroeger want dat vond ik best saai hoor… 🙂

Verder ga ik het hebben over de voordelen van een goede DAC in jouw high-end audio setup.

En ik vertel je wat voor audio-pc jij het beste kan gebruiken in zo’n setup.

Zodat jij thuis je muziek optimaal kan weergeven.

(en ik vertel ook iets grappigs over pannenkoeken – flensjes voor de Nederlandse lezers!)

In de studio…

DAW voor professioneel gebruik

DAW voor professioneel gebruik

In de pro audiowereld wordt een audio-pc gebruikt als “DAW”, wat staat voor “digital audio workstation”. Op zo’n PC gebruik je programma’s zoals bijvoorbeeld Ableton, Logic Pro of Pro Tools. Die software kan je inzetten om muzikanten of zang mee op te nemen, synthesizers mee aan te sturen, elektrische gitaren aan te sluiten, effecten toe te passen en eigenlijk alles te bewerken tot je muziekstuk afgewerkt is en je het kan uitbrengen.

Zelf heb ik hier ook nog mee geëxperimenteerd in het verleden. Ik maakte eigen nummers via Logic Pro. Ik speelde dan met synthesizers, ik nam mijn klarinetspel op en ik zong liedjes.

Voor de duidelijkheid: ik ben geen topmuzikant dus dat was best wel amateuristisch hoor. 🙂

Voor zo’n PC heb je totaal andere hardware nodig, en gebruik je een totaal andere opstelling dan voor audiofiele weergave.

Zo’n PC sluit je bijvoorbeeld aan met een ADC, oftewel een “analoog-naar-digitaal converter”.

Analoog-naar-digitaal converter (ADC)

analoog-naar-digitaal microfoon DA

Maar wat is een analoog-naar-digitaal converter nu precies?

Dit is een apparaat dat ervoor zorgt dat je analoge bronnen (zoals in mijn geval vroeger zang of klarinet) kan opnemen met een microfoon en dat analoge signaal naar digitaal kan omzetten. Zo kan je het signaal doorsturen naar je PC om dan in je software te bewerken.

tape knippen of muis klikken?

Sinds halverwege de jaren ’80 kwam “digitaal” in opmars. In opnamestudio’s werden de eerste ADC-conversies gedaan. Hoe langer hoe meer muzikanten en geluidstechniekers kozen voor een digitale opname, mede dankzij de populariteit van CD als het nieuwe “wondermiddel”.

Het was plots voor een opnametechnieker veel gemakkelijker geworden om een opname te bewerken.

Voordien – in het analoge tijdperk – werd alles op tape opgenomen. Als je dan iets wilde wegknippen, of bewerken, moest je letterlijk een stuk uit de tape knippen en de tape weer aan elkaar kleven. Dit was niet alleen zeer omslachtig, maar ook echt een voltijdse job. Er waren letterlijk mensen die enkel en alleen voor deze job werden ingehuurd.

reel to reel tape

Dankzij de tape zijn er heel wat leuke experimenten ontstaan, die destijds vernieuwend waren maar nu doodnormaal. Sommige van die technieken worden tegenwoordig bijna “standaard” toegepast in muziekproducties.

Bijvoorbeeld kon je de tape op dubbele snelheid afspelen waardoor de stem van de zanger een “buitenaards” karakter kreeg (een voorbeeld hiervan is de intro van het Jimi Hendrix album “Axis:Bold as Love” uit 1967).

Een ander goed voorbeeld is Pink FLoyd. Bijvoorbeeld gebruikten ze voor het album Ummagumma uit 1969 vogelgeluiden, en een hele resem andere gekke experimenten met tape.

pink floyd ummagumma tape effecten

In het analoge tijdperk zijn ook de eerste overdubs ontstaan (meerdere opnames op verschillende kanalen over elkaar laten horen, zoals bijvoorbeeld voor achtergrondzang). Een bekend voorbeeld is Bohemian Rhapsody van Queen (op het album “A Night At The Opera uit 1975), waar de zangstemmen verdubbeld werden om het typische “bombastische” karakter van de groep extra in de verf te zetten.

queen night at the opera voorbeeld tape overdubs

Maar… Het bleef zeer omslachtig.

Bij digitaal werd dat veel gemakkelijker: één druk op de knop en voila. Klaar.

Wil je een overdub? Gewoon kopiëren en plakken in een ander kanaal. Klaar.

Wil je een stuk verwijderen? Blokje selecteren en delete. Klaar.

De meeste grote studio’s gebruiken tegenwoordig een DAW, oftewel digital audio workstation. Al zijn er ook studio’s die teruggaan naar de roots, en alles weer analoog doen. In de jaren tachtig gingen de analoge studio’s één voor één failliet. Momenteel zijn ze weer hot topic geworden.

Van de studio naar de huiskamer

Computer Audio Transport (CAT) voor de huiskamer

computer audio transport

Voor een audiofiele weergave in de huiskamer heb je geen DAW nodig. Je wil in de huiskamer enkel muziek kunnen afspelen.

Daarom gebruik je best een “CAT”. Alweer zo’n afkorting 🙂 CAT staat voor “Computer Audio Transport”. Deze computer is geoptimaliseerd om een zo perfect als mogelijk digitaal signaal uit te sturen.

Bijna alles wat ik schrijf in verband met audio-PC’s gaat over een CAT. Als je de CAT echt goed bouwt, kan je bij je thuis digitaal muziek afspelen op het allerhoogste niveau.

Het uitgestuurde digitaal signaal komt dan terecht bij een DAC, oftewel: “digitaal-naar-analoog converter”.

Maar wat is een “DAC” eigenlijk?

Wat is een DAC?

Simpel gezegd: in een digitale studio moet je niet enkel de muzikanten “in” de computer krijgen. Maar je moet ze ook weer “uit” die computer kunnen halen.

M.a.w. het digitale signaal dat je via de DAW bewerkt, moet je ook kunnen afspelen.

Zo kan de geluidstechnieker luisteren naar zijn mix om te beoordelen of alles goed klinkt, en waar er nog dingen aangepast moeten worden.

Hier hebben we dus een “DAC” voor nodig.

Dit apparaat zorgt ervoor dat je een digitale bron (bijvoorbeeld muziekbestanden op een computer) kan omzetten naar een analoog signaal. Dit analoge signaal wordt dan doorgestuurd naar de (voor)versterker of naar actieve luidsprekers.

DAC’s voor in de huiskamer

Van studio tot huiskamer

Gelukkig voor ons audiofielen zijn DAC’s veel breder beschikbaar geworden dan enkel voor studiogebruik, en heeft de technologie zich verplaatst van de studio naar de huiskamer.

Je kan tegenwoordig als audiofiel letterlijk dezelfde DAC’s gebruiken als de DAC’s die in de allerbeste masteringstudio’s ter wereld worden gebruikt.

Het merk Mytek is hier een mooi voorbeeld van.

Mytek DAC

Eerst leverde Mytek enkel aan de studiowereld. Later kwamen ze ook met producten voor consumenten. Bijvoorbeeld de legendarische “mastering engineer” David Chesky (oprichter van Chesky records en HDTracks) gebruikt nog steeds zijn ouwe getrouwe Mytek stereo 192 DSD DAC (en ADC) voor zijn opnames & mastering.

Welke hoogwaardige DAC voor de huiskamer?

Momenteel heeft Mytek drie verschillende DAC’s. Alledrie spelen ze ver boven hun prijsklasse:

De meest budgetvriendelijke DAC is de recent gelanceerde Mytek Liberty DAC (995 euro).

Mytek Liberty DAC

Mytek Liberty DAC

 

Daarboven komt het door audiofielen meest gekochte exemplaar: de Mytek Brooklyn DAC+ (2.195 euro).

Mytek Brooklyn DAC+

Mytek Brooklyn DAC+

En dan heb je nog het “vlaggenschip” van Mytek: de Mytek Manhattan II DAC (vanaf 5.995 euro).

Mytek Manhattan II DAC

Mytek Manhattan II DAC

Voor mij is een DAC een wonderdoos.

Het kloppende hart van mijn setup.

Voordelen van een externe DAC

Maar wat zijn nu de voordelen van een externe DAC?

Het allergrootste voordeel vind ik zelf dat een externe DAC geoptimaliseerd is voor één functie: zo goed mogelijk digitaal omzetten naar analoog. Hoe beter de DAC, des te beter het geluid dat uit je luidsprekers komt.

Maar dat is niet het enige voordeel.

Je kan dankzij je DAC veel meer verbeteren dan alleen maar je computer audio. Je kan ook alle andere digitale bronnen in je setup opwaarderen.

Je televisie bijvoorbeeld.

Die heeft standaard ook een DAC aan boord.  Maar die DAC is niet geoptimaliseerd voor hoogwaardige muziekreproductie.

De belangrijkste functie van een TV is het beeld. De fabrikant van de TV zal hier dan ook het meeste aandacht aan besteden. Niet aan de implementatie van een DAC.

Hij zal wel een DAC-chip inbouwen, maar die zal nooit zo goed zijn dan een high-end externe DAC.

Als een gemiddelde flatscreen van 50 inch 1.000 euro kost, dan kan je moeilijk een hoogwaardige DAC verwachten.

Dus, als jij je televisie rechtstreeks aansluit op je versterker, dan ga je nooit het beste resultaat krijgen.

Hetzelfde geldt ook voor veel cd-spelers of dvd/Blu-ray, mediaspelers, spelconsoles, digitale tuners,…

Ik heb zelf jarenlang een Rega cd-speler enkel gebruik als “transport”.

Ik gebruikte dan niet de interne DAC van de Rega, maar ging via een spdif-kabel naar mijn externe DAC. Zo fungeerde de cd-speler enkel als “schijfjeslezer”, en werd het digitale signaal pas door mijn externe DAC omgezet naar analoog. Dit gaf een veel beter resultaat dan wanneer ik de Rega via RCA rechtstreeks aansloot op mijn versterker.

Dit werkt natuurlijk alleen maar als je externe DAC van een betere kwaliteit is dan de interne DAC van je apparaat.

hardware tweak high-end audio pc

weg met jitter en timing-errors

Als we het over digitaal geluid hebben, dan moet ik het ook even hebben over een “clock”.

Behalve de DAC-chip zelf, is ook de implementatie van een deftige “clock” van cruciaal belang voor de optimale werking van je DAC.

Zo’n clock zorgt voor de “timing” van het digitale signaal. Hierdoor worden jitter en timing-errors tot een absoluut minimum herleid.

Jitter en timing-errors zijn dé grote boosdoeners in digitale audio.

Het is dankzij deze twee boosdoeners dat je geluid “hard” wordt weergegeven of met “ruwe randjes”, en dat er geen rust is in het geluidsbeeld.

Dit is het “digitale” geluid dat door veel mensen lang dé reden was om niet over te stappen naar digitaal, om digitaal zelfs te verafschuwen. Daarom kiezen er nog steeds veel audiofielen voor vinylweergave. Of voor reel-to-reel tapes.

Maar bij vinylweergave heb je ook storingsfactoren: WOW, flutter, rumble,…

Je kan jitter daarom een beetje de digitale WOW of rumble noemen.

Maar als een clock optimaal wordt gebruikt, heb je wel rust in het geluidsbeeld. Geen ruwe randjes meer. Geen hardheid. En dan kan digitaal ook “analoog” klinken, net zoals een LP of een reel-to-reel tape.

In de studio wordt standaard een master clock gebruikt. Die zorgt dan voor een correcte timing van alle digitale apparaten. In de pro wereld is een deftige clock dus al lang “algemeen aanvaard”.

Bij audiofielen is dat nog niet altijd het geval. Zeker niet als het over de bron gaat…

De beste bron verdient de beste clock

Nochtans verdient de bron in een high-end audio setup ook een deftige klok. En dat is logisch. Want dankzij de bron kan er ook jitter ontstaan, of timing-errors.

Het is een groot vooroordeel van veel audiofielen dat je enkel je DAC moet optimaliseren. Maar dat klopt niet.

Je bron levert namelijk het digitale signaal aan die DAC. Als dat signaal niet optimaal aan de DAC wordt gegeven, zal de DAC dit ook nooit optimaal naar analoog kunnen omzetten, en ook niet optimaal doorsturen naar je versterker.

Ik geef je even een heel grappig voorbeeld:

pannenkoeken

Ons zoontje van 2 jaar heeft net pannenkoeken leren kennen. En dat lust hij heel graag. Dus wij maken momenteel bijna elke week wel een keer pannenkoeken.

Die pannenkoeken ga ik gebruiken als voorbeeld om duidelijk te maken dat de bron even belangrijk is dan de DAC. Het kan nog meer van de pot gerukt hoor, maar dat bespaar ik je  🙂

Here we go:

Als je beslag maakt, mix je eieren, melk en bloem (en sommige belgen doen er nog een trappistenbier bij). In de pan wordt dit papje dankzij hitte omgezet naar een lekkere pannenkoek.

Maar… als je niet oplet met de eieren breken (of als je zoontje van 2 jaar de eieren breekt), dan kan er in je beslag kan per ongeluk een stukje eierschaal zijn beland.

Nietsvermoedend spreidt je dit beslag uit in de pan, je wacht een minuutje en je hebt een lekkere pannenkoek.

Zal dat stukje eierschaal ook in de gebakken pannenkoek zitten? Het antwoord spreekt voor zich denk ik…

Zo is het ook met de omzetting van digitaal naar analoog. Als de DAC een digitaal signaal binnenkrijgt met hoge jitterwaarden, dan zal je dat na de omzetting naar analoog ook in de weergave horen.

Een taaie hap, of een “hard” geluid… dit smakelijke voorbeeld maakt het wel duidelijk, toch? 🙂

Kant-en-klaar met hoogwaardige clock

Hoe langer hoe meer fabrikanten gaan een deftige clock implementeren in hun ontwerp.

Een mooi voorbeeld hiervan is Sotm, een Koreaanse fabrikant die de afgelopen jaren naam en faam maakte met hun componenten voor audiofiele computertoepassingen en met hun kant-en-klare producten.

Bijvoorbeeld de Sotm sMS-200 (549 euro) gebruikt een “ultra low noise jitter clock” zoals Sotm dat zelf noemt.

Somt sMS 200

Sotm sMS-200 end-point streamer

Computer Audio Transport met deftige clock

Omdat een clock dus ook heel belangrijk is bij je bron, bouw ik een computer audio transport altijd met een deftige clock op de USB-output. Ik ga zelfs nog verder en gebruik die hoogwaardige klok ook op de input, namelijk op de SSD, of op mijn moederbord.

Hier kan je een voorbeeld bekijken van een geoptimaliseerde Computer Audio Transport met hoogwaardige clock op de output:
Computer Audio Transport OCXO

Computer Audio Transport OCXO

Computer Audio Transport OCXO

 

Een voorbeeld van een high-end USB-kaart mét een hoogwaardige klok: de USB-kaart V3 van Paul Pang.

Paul Pang USB-kaart V3

Paul Pang USB-Kaart V3

 

Enkel deze USB-kaart is natuurlijk niet voldoende als je het écht deftig wil doen. Dan heb je ook een hoogwaardige SATA-kabel nodig, optimale stroomvoorziening, een SSD, een clock op de input, … En je besturingssysteem, BIOS en software moeten ook geoptimaliseerd worden.

Maar ik denk dat dit artikel al lang genoeg is geworden. Dus dat is voor een volgende keer…

Nu ga ik even pannenkoeken bakken 🙂

Vond je dit artikel interessant? Deel het dan met je “audiomakkers”…

2 Comments on “DAC versus ADC: van de opnamestudio tot in de huiskamer”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *