WAT HOOR JIJ IN MUZIEK EN WAAROM KIES JE DE RODE SCHOENEN?

Dries Van HooydonckLuisterenLeave a Comment

Stel je even voor: je wandelt een grote schoenenwinkel binnen.

In de winkel staat het hele gamma uitgestald: sportschoenen, casual schoenen, geklede schoenen, laarzen. Alles voor dames en voor heren.

Beeld je nu even in dat jij net bent gestart met lopen. En dat je lievelingskleur rood is.

Naar welke rayon ga jij meteen even kijken? Juist ja: de rayon met de sportschoenen.

En welke schoen vind je de mooiste? Ja hoor: de rode springt er meteen uit en eist je aandacht op.

Vreemd voorbeeld misschien als ik het over muziek wil hebben?

Toch niet.

Als jij muziek luistert is hetzelfde principe aan het werk in je brein.

Benieuwd hoe dat zit? Lees dan zeker verder.

 

Referentiekader

 

Hoofd referentiekader

In vakjargon heet dit: het referentiekader. “Frame of reference” in het Engels.

Hoe jij kijkt naar de dingen, of hoe jij alles ervaart is gekleurd door jouw unieke referentiekader.

Dit is jouw unieke kijk op de wereld.

Waarom is dit uniek?

Omdat niemand anders dezelfde dingen heeft geleerd of heeft meegemaakt zoals jij dat in je leven hebt gedaan.

In ons fictieve voorbeeld kies jij dus voor de kleur rood en voor sportschoenen omdat je net gestart bent met joggen en omdat je heel je leven dingen die rood zijn als aangenaam hebt ervaren.

Terwijl ik bijvoorbeeld naar de laarzen zou gaan kijken, omdat ik vroeger veel cowboyfilms zag, dankzij mijn leraar fan ben geworden van Marlon Brando en al jaren met een Harley Davidson rijd.

Voor de duidelijkheid: dat is ook volledig fictief. Ik heb niet eens een rijbewijs! 🙂

Ik vertel je dit enkel maar om aan te tonen hoe verschillend ieders interpretatie van de dingen kan zijn.

Daar is niets juist of fout aan. Het is gewoon bij iedereen anders.

En dat geldt ook voor muziek, én voor high-end audiocomponenten.

Wat hoor jij in de muziek?

Muziek referentiekader luisteren

Mijn vriendin is pianiste van opleiding. Als zij luistert naar een pianoconcerto dan luistert ze naar de uitvoering.

Ze luistert naar de manier waarop de pianist speelt. Speelt hij vooral technisch of ook muzikaal en met gevoel?

Ze kent de structuur van een concerto dus ze hoort meteen welk deel van het concerto er wordt gespeeld. Ze hoort modulaties, herkent harmoniestructuren, of het allegro of moderato is, en let op het samenspel met het orkest.

Een violist zou al totaal anders luisteren naar een pianoconcerto. Die kijkt met de bril van de eerste violist en luistert bijvoorbeeld naar hoe die met het orkest samenspeelt.

Ik ben audiofiel. Als ik een concerto beluister let ik ook op de weergave: hoe geeft mijn installatie dit orkest weer? Klinkt het waarheidsgetrouw? Hoor ik de akoestiek van het concertgebouw? Hoor ik de verschillende instrumenten goed apart geplaatst in de ruimte? Hoor ik microdetails van de instrumenten? Hoe is de dynamiek?

En dat lijstje gaat nog wel even door…

Iedereen heeft dus zijn eigen referentiekader als hij of zij luistert naar muziek.

Dat is bij iedereen uniek.

Elke audiofiel luistert anders naar muziek

Maar zelfs geen enkele audiofiel luistert op dezelfde manier naar muziek.

Er zijn wel bepaalde objectieve criteria die je kan aftoetsen.

Voor audiofielen geldt dan bepaald vakjargon dat je als maatstaf kan gebruiken om de kwaliteiten van een muziekinstallatie te meten. Dit vakjargon komt in de vakbladen steevast aan bod als er een component besproken wordt.

Voorbeelden zijn:

  • PRAT
  • stereobeeld
  • focus
  • resolutie
  • timbre
  • transparantie
  • natuurlijkheid
  • rust
  • controle

Deze verschillende termen kan je makkelijk leren kennen. Je kan dan ook leren om ze te herkennen wanneer je naar muziek luistert.

Maar zelfs dat kan al best subjectief zijn.

Wat ben jij gewend?

Muziek luisteren: wat ben jij gewend?

Want… wat ben jij gewend?

Met andere woorden: wat is jouw referentiekader op het vlak van apparatuur?

Als jij je hele leven enkel naar buizenversterkers hebt geluisterd, zal je eerste kennismaking met een solid state versterker misschien niet zo aangenaam zijn. Dankzij jouw referentiekader klinkt het dan koud, analytisch en niet natuurlijk.

Terwijl objectief gezien deze weergave misschien wel meer klinkt zoals de werkelijke opname.

Of niet…

Iemand die dezelfde opname voor de eerste keer met een buizenversterker hoort, zal zeggen dat het veel te gekleurd klinkt, veel te warm en niet natuurlijk.

En wat is dan de waarheid?

Volgens mij bestaat die niet.

Ik denk dat het vooral belangrijk is dat je je bewust bent van je eigen referentiekader.

Als je je bewust bent van jouw referentiekader op vlak van muziekbeleving en op vlak van apparatuur, dan kan je “bewust” luisteren naar muziek.

Je keuze voor de juiste component zal dan meteen ook veel makkelijker worden.

Vond je dit artikel interessant?
Deel het dan even met je vrienden:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *